Gedragregels bij Wandelen 

 

 

Voordat u op pad gaat, is het goed de spelregels te kennen. Deze zijn allereerst bedoeld om het recreatieve genoegen voor uzelf en vele anderen te waarborgen. Zij zijn tevens van groot belang voor onze zorg voor natuur en landschap.

 

  1. Parkeer uw auto alleen op daarvoor bestemde plaatsen en daar waar voldoende ruimte is, dus niet op landwegen, in bermen of opritten of voor toegangshekken. Controleer of uw auto is afgesloten.
  2. Wijk niet af van het aangegeven pad. Verniel of vertrap geen gewassen. Bloemen en planten.
  3. Laat vee met rust.
  4. Houd honden altijd aan de lijn. Vrijlopende honden vormen een gevaar voor het vee en de planten. Laat geen ontlasting van uw hond achter in de weilanden om het gevaar van besmetting met neospora, een ziekte die abortus bij het vee veroorzaakt, te voorkomen.
  5. Laat staan wat groeit en bloeit in de natuur. Natuur is al een schaars goed, maak het niet nog schaarser.
  6. Wees voorzichtig met vuur.
  7. Deponeer papier en ander afval in de daarvoor bestemde bakken of neem dit afval mee naar huis.
  8. Gebruik banken en andere voorzieningen langs de route en op de picknickplaatsen waarvoor ze bedoeld zijn.
  9. Houd rekening met andere wandelaars en eventueel overig verkeer.
  10. Loop op de wegen met gemotoriseerd verkeer zoveel mogelijk aan de linkerzijde.
  11. Bij nat weer kunnen veel paden plaatselijk glad of glibberig zijn. Gebruik dan goed schoeisel of zo veel mogelijk laarzen tijdens uw wandeling.
  12. Tip: neem uw mobiele telefoon mee, zodat u altijd iemand kunt bellen wanneer u iets overkomt

 Ga naar : Wandel Mee Brueghel 

 

  

 

Ga naar : Clubindex